Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC5315

Datum uitspraak2008-02-11
Datum gepubliceerd2008-02-27
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Breda
ZaaknummersAWB 06/583
Statusgepubliceerd


Indicatie

Deze zaak maakt deel uit van 63 soortgelijke zaken, waarbij tuinbouwers hun oogst op stam hebben verkocht aan een Poolse vennootschap (Spolka) die de producten heeft laten oogsten door Poolse arbeiders. De inspecteur heeft het verschil tussen de veilingopbrengst van de oogst en de prijs die de Spolka aan de tuinder betaalde, aangemerkt als winst van de tuinder onder aftrek van een bedrag aan loonkosten voor de Poolse arbeiders. Bij een controleonderzoek dat bij belanghebbende is ingesteld, is inzage gevraagd in de (zakelijke e-mails op) de bedrijfscomputer. Belanghebbende heeft inzage geweigerd. De rechtbank oordeelt: “Naar het oordeel van de rechtbank is het verzoek van de inspecteur om inzage niet onredelijk, gezien diens niet van iedere redelijkheid ontblote stelling dat de tussenschakeling van de Spolka feitelijk niets inhield en dat belanghebbende mogelijk het belang bij de oogst en de opbrengst daarvan heeft gehouden. Inzage in de computer zou naar het oordeel van de rechtbank in dit kader relevante informatie kunnen verschaffen, zulks mede gezien de omschrijving van de bestanden die zich volgens de inhoudsopgave van de harde schijf op de computer bevinden. Indien, zoals belanghebbende stelt, zij haar e-mailprogramma niet voor zakelijke berichten heeft gebruikt, ontsloeg dat belanghebbende niet van de op haar rustende verplichting tot het verstrekken van inzage nu het e-mailprogramma op haar bedrijfscomputer stond en derhalve reeds daardoor aannemelijk is dat het tot de administratie van belanghebbende behoorde. Het was dan aan belanghebbende om, door het verstrekken van de gevraagde informatie, het bewijs te leveren dat het programma feitelijk niet tot de administratie van belanghebbende behoorde. (…) Naar het oordeel van de rechtbank is de gevraagde informatie van wezenlijk belang voor het beoordelen van de verhouding tussen belanghebbende en de Spolka en daarmee de beoordeling van de betrouwbaarheid van de administratie. Het verzuim van belanghebbende is mitsdien voldoende ernstig om de grondslag te vormen voor het oordeel dat omkering (verschuiving en verzwaring) van de bewijslast is gerechtvaardigd.” Belanghebbende heeft niet aangetoond dat de aanslagen onjuist zijn. De winstberekening van de inspecteur is niet onredelijk. De boete vervalt: de bewijslast voor de juistheid daarvan rust op de inspecteur.


Uitspraak

HASH(0x313e344)